Inzichten uit de data: welke gemeenten pakken door?

13 november 2025

Publicatie, Gebieds- en vastgoedontwikkeling

Het versnellen en vergroten van de woningproductie staat momenteel centraal in Nederland. Maar de bouw blijft op landelijk niveau achter. Het doel van 100.000 woningen per jaar is nog nooit gehaald. Wie de cijfers induikt, ziet echter grote regionale verschillen. Sommige gemeenten pakken namelijk wél door. Zij hebben de afgelopen jaren flink bijgebouwd of bovengemiddeld veel vergunningen afgegeven. Wie zijn die doorpakkers? En is hun bijdrage genoeg om de landelijke ambitie waar te maken?


Doorpakkers die bouwen

In de woondeals zijn de afgelopen jaren afspraken gemaakt hoeveel woningen elke gemeente tussen 2022 en 2030 gaat bouwen. In totaal moeten dat er in 2030 bijna 1 miljoen zijn. Tot en met het derde kwartaal van 2025 zijn daarvan 314.700 woningen opgeleverd (kaart 1). Dat is 24% minder dan gepland. Landelijk lopen we dus achter, maar regionaal springen bepaalde doorpakkers eruit.

       

De grote steden lijken op het eerste oog de motor van de woningproductie. Amsterdam voert de lijst aan met ruim 26.000 woningen, gevolgd door Rotterdam (12.700), Utrecht (8.600), Den Haag (7.600) en Eindhoven (6.700). Toch vertelt dit niet het hele verhaal.

Wie de cijfers afzet tegen het aantal inwoners (kaart 2), ziet dat een aantal kleinere gemeenten de toon zetten. In Zoeterwoude, Eemsdelta, Waddinxveen en Noord-Beveland zijn meer dan 40 woningen per 1.000 inwoners gerealiseerd. Dat is ruim boven het landelijk gemiddelde van 17,9. Een groot nieuwbouwproject in zo’n kleine gemeente heeft dan ook direct een voelbare impact op de lokale woningmarkt.

In grotere steden ligt het aantal woningen per inwoners een stuk lager. In Amsterdam, Nijmegen, Eindhoven en Maastricht ligt het aantal rond de 29 woningen per 1000 inwoners. Nog altijd boven het landelijk gemiddelde dus. Den Haag en Rotterdam blijven daarentegen achter, met respectievelijk 13,8 en 19,3 woningen per 1.000 inwoners. Ook in sommige landelijke regio’s - zoals Zuid-Limburg, de Achterhoek en Friesland - blijft de bouwproductie beperkt, zowel in absolute aantallen als per inwoner.

Het blijft lastig om harde conclusies te trekken over bijvoorbeeld stedelijk versus landelijk, of groot versus klein. De verschillen binnen die groepen zijn te groot. Wel is duidelijk dat de grote steden in absolute aantallen domineren, terwijl juist een aantal kleine gemeenten de woningvoorraad relatief sterk laat groeien ten opzichte van hun inwoners.

 

Wie loopt er op schema?

Doorpakken gaat niet alleen over volume, maar ook over impact. De vraag is daarom: in hoeverre dragen de woningen die nu gebouwd worden ook bij aan het verlichten van de regionale woningnood?

De woningdruk verschilt sterk per regio. Daarom kijken we niet alleen naar het aantal gerealiseerde woningen, maar ook naar de afspraken uit de woondeals. Tot nu toe is 76% van de woningen gebouwd, die in deze periode gerealiseerd hadden moeten zijn om in 2030 de doelen van de woondeals te halen. Slechts 39% van de gemeenten ligt goed op koers [1]. Dat zijn vaak kleinere gemeenten aan de randen van het land, waar de opgave kleiner is (kaart 3).

Eerder bleek dat in Zuid-Limburg en Friesland het aantal gerealiseerde woningen relatief laag ligt. Maar zij halen wél hun afgesproken doelen, omdat de woningnood in deze gebieden ook lager is. Daarmee liggen zij dus gewoon op schema om de ambitie uit de woondeals te realiseren.

Daarnaast zijn er ook meerdere steden die zelfs voor liggen op schema. Nijmegen valt op als grootste stad, waar inmiddels 5.100 woningen gerealiseerd zijn. Dat is meer dan 100% van de gemaakte afspraken. Enschede, Deventer en Maastricht liggen zelfs meer dan 20% voor op schema.

Van de G5 – waar in absolute aantallen het meest wordt gebouwd – ligt geen enkele gemeente op schema. Alleen Amsterdam doet het relatief goed met 85%, en komt daarmee uit boven het landelijk gemiddelde van 76%. Den Haag en Utrecht scoren het laagst met zo’n 57%.

Tot slot zijn er 53 gemeenten waar het ontwikkeltempo ver achterblijft: zij hebben nog geen 50% van hun doelstelling voor Q3 2025 gehaald. Het merendeel daarvan ligt in de stedelijke zone tussen Den Haag en Rotterdam tot Zwolle en Arnhem. Gebieden met hoge druk, maar waar het dus stokt in de uitvoering.

Kortom: de huidige woningproductie draagt niet overal genoeg bij aan het verlichten van de woningnood. Gemeenten die wel op koers liggen, bevinden zich vooral aan de randen van het land waar de druk lager is. En hoewel in de G5 de meeste woningen worden gerealiseerd, moet er nog een flinke inhaalslag gemaakt worden om de doelen voor 2030 te halen. En dat begint bij de plannen die nu worden gemaakt.

 

Doorpakkers van de toekomst

Een deel van de opgeleverde woningen (kaart 1 en 2), was al ingepland vóór het tekenen van de woondeals. Voor de toekomstige doorpakkers moeten we daarom ook kijken naar het aantal afgegeven bouwvergunningen (kaart 4 en 5). Gemiddeld staat er binnen twee jaar na het afgeven van een bouwvergunning daadwerkelijk een nieuwe woning (bron: WoningbouwersNL). De vergunningen geven dus een goed beeld van waar de komende tijd gebouwd gaat worden.

 

In totaal zijn er in de afgelopen twee jaar 177.800 bouwvergunningen afgegeven (Q4 2023 – Q3 2025). Dit komt neer op gemiddeld 10,1 woningen per 1.000 inwoners. Vooral de steden Eindhoven en Haarlem doen het goed. Eindhoven gaf 5.700 vergunningen af (24,0 per 1.000 inwoners) en Haarlem 4.800 (29,6 per 1.000 inwoners).

Opvallend is dat enkele gemeenten die in realisatie flink hebben doorgepakt, nu juist achterblijven in vergunningverlening. Maastricht bijvoorbeeld, waar de productie tot nu toe hoog lag, houdt haar voorsprong niet vast. Als de huidige plannen daar worden gerealiseerd, haalt Maastricht slechts iets meer dan de helft van het uiteindelijke doel.

Ook Den Haag blijft achter. Daar zijn in twee jaar tijd 3.900 bouwvergunningen afgegeven, wat neerkomt op 7,0 woningen per 1.000 inwoners. Zelfs als al deze plannen worden uitgevoerd, wordt maar een derde van het Haagse doel gehaald.

De oplevering van deze woningen zal de komende jaren plaatsvinden. Maar is dat genoeg om de landelijke ambitie van 1 miljoen woningen te halen?

 

1 miljoen woningen in 2030?

De afgegeven bouwvergunningen geven een grove indicatie van toekomstige woningproductie – mits de woningen nog niet gebouwd zijn en ook daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden. Tel je die op bij het huidige aantal opgeleverde woningen, dan zijn er over twee jaar ongeveer een half miljoen woningen gebouwd. Dat is een mooie stap vooruit, maar niet voldoende om de ambitie van 1 miljoen woningen in 2030 te halen. Ondanks enkele positieve uitschieters, moet er in de meeste gemeenten nog veel gebeuren om de woningnood op te lossen.

Het is daarom waardevol om verder te kijken dan alleen de cijfers. Wat zijn de succesverhalen achter de echte doorpakkers? We zien op basis van de data niet welk proces is doorlopen om te komen tot de vergunning, daadwerkelijke bouw en oplevering. En juist dat proces is zo belangrijk om te kunnen versnellen. Hierbij hebben gemeente en ontwikkelaars elkaar hard nodig. Wat gaat er daarin goed, en welke lessen kunnen we daaruit trekken?

In een volgend artikel zoomen we daarom in op een succesverhaal achter de cijfers. We laten zien hoe VanWonen heeft doorgepakt in een project en wat we daarvan kunnen leren voor de woningbouwopgave in Nederland.

 

Bronnen en definities

Gerealiseerde nieuwbouw berekend op basis van CBS-gegevens: levensloop woningen (versie 20 oktober 2025). Som van opgeleverde nieuwbouw + saldo van toevoegingen en onttrekking, inclusief gewijzigde gebruiksfuncties. Net als in landelijke cijfers is sloop buiten beschouwing gelaten.

Bron: Data woondeals afkomstig van denieuwbouwmonitor.nl (5 augustus 2025).

Bron: Demografische cijfers inwoners 2022 - CBS (7 augustus 2025)

Bron: Thermometer voorjaar 2025 - Woningbouwers NL

[1] Bij deze analyse is uitgegaan van een gelijkmatige verdeling van de totale bouwopgave over de jaren 2022 - 2030. In de praktijk zal dit niet exact overeenkomen met de planning van elke gemeente. Het geeft daarentegen wel een goed beeld van hoe gemeenten er op dit moment voorstaan ten opzichte van de doelstellingen uit de woondeals.

Deel dit artikel:

Lees meer over `Gebieds- en vastgoedontwikkeling`

Alle nieuwsberichten Naar alle nieuwsberichten