Meer woningen op minder grond, zonder de menselijke maat te verliezen
Jan van Gils over wonen, verbinding en durven dromen
Nederland staat op een kantelpunt. De ruimte raakt op, de woningvraag groeit, en tegelijk is er behoefte aan meer nabijheid en gemeenschap. Jan van Gils, architect onderzoek en ontwikkeling bij VanWonen, denkt al jaren na over wat dit betekent voor de manier waarop we in Nederland samenleven. ‘Beperkte ruimte hoeft niet te betekenen dat je de menselijke maat verliest,’ stelt Jan. Hij vertaalde zijn inzichten naar concrete oplossingen voor nu én dromen voor de toekomst in meerdere boeken en exposities. De expositie Nieuwe Habitat is in juni te zien in DUUX in Nijmegen. Zijn toekomstvisie deelt hij op de aankomende Provada.
De opgaven van nu vragen om nabijheid
Jan werkte jarenlang bij het grootste architectenbureau van Nederland. Na aan duizenden woningen te hebben gewerkt, ging hij op zoek naar het grotere plaatje: 'Ik maakte de overstap naar VanWonen, wat net opgericht was en daardoor nog volop in ontwikkeling. Ik wilde graag pionieren. Zo ben ik me gaan verdiepen in gebiedsontwikkeling. Dat ging verder dan alleen woningen ontwerpen, maar nam de hele leefomgeving mee.’
Toen corona toesloeg en hij voor zijn moeder zorgde, kristalliseerde iets uit. 'We leven in een geïndividualiseerde samenleving,' vertelt hij. 'De overheid trekt zich steeds meer terug. Denk aan mantelzorg, je moet het zelf als het ware maar oplossen. Maar dat is niet zo makkelijk. Dat ondervond ik toen aan den lijve.’
Jan herinnert zich dat toen hij jonger was de tendens was: ga maar ver van je ouders wonen, zodra je uit huis gaat. Dat zou goed zijn voor de zelfstandigheid. Maar de keerzijde die hij nu ziet is dat we vaak ver van elkaar wonen. ‘En dat terwijl de opgaven van nu juist vragen om nabijheid,’ stelt hij.
De beschikbare ruimte is op
‘Maatschappelijke veranderingen gaan hand in hand met ideologische veranderingen,’ zegt Jan. ‘Klimaatverandering, een wereldwijde pandemie, een woningcrisis en toenemende sociale fragmentatie zorgen ervoor dat mensen nu opnieuw op zoek gaan naar verbinding en gemeenschap. We moeten wel, om de problemen van de maatschappij samen het hoofd te bieden.’
In 2050 wonen er twintig miljoen mensen in Nederland. En zij hebben nog altijd dezelfde woonwensen: groen dichtbij huis, ontmoeting, een gezonde leefomgeving, voorzieningen op loopafstand.
De eengezinswoning met tuin werd het ideaal, de Vinex-wijk zijn logische opvolger. Aan de horizon altijd meer land. Maar hier ligt een wezenlijk verschil met vroeger. De beschikbare ruimte is op. ‘Dus ik stelde mezelf de vraag: als we niet meer naar buiten kunnen, moeten we dan omhoog? En zo ja, hoe doe je dat zonder de menselijke maat te verliezen?’
Europese laagbouwstad
Jan is geen voorstander van de Amerikaanse variant om omhoog te bouwen: torens die de lucht inschieten, met op de begane grond niets dan leegte. 'Wij kennen een andere traditie,' legt hij uit. 'In de Europese stad is de openbare ruimte van iedereen. Winkels, voordeuren, ontmoeting. Dat zit allemaal aan de straat. Die identiteit wil ik vasthouden.’
Zijn pleidooi is de Europese laagbouwstad: maximaal zes, zeven, acht lagen hoog, maar zo ingericht dat je toch uitkomt op tweehonderd woningen per hectare. 'Dat is veel meer dan een Vinex-wijk, maar het oogt totaal anders omdat iedereen zijn groene buitenruimte behoudt,' legt hij uit. 'Steegjes, hofjes, brugverbindingen. Wij kennen intensieve bouwmanieren. We hebben ze alleen nog niet in de hogere vorm toegepast.’
Stapelen met Collectieven
Vanuit het gedachtegoed van de Europese laagbouwstad werkte Jan zijn eerste boek Stapelen met Collectieven uit. Daarin verkent hij twaalf concrete concepten om woningen te creëren met beperkte ruimte, zonder de menselijke maat te verliezen.
Een van de meest aansprekende voorbeelden is het Back Alley House: wonen op een meergezinskavel. 'Het is een eigentijdse herinterpretatie van de Vinex-verkaveling,' legt Jan uit. 'Die wordt gekenmerkt door een achtertuin met schuur en een steegje achterom. Die steegjes zijn vaak stenig en zelden een fijne plek. Maar binnen dezelfde kavelmaat kun je twee woningen creëren: een voor- en een achterhuis, gescheiden door een gezamenlijke tussentuin of patio. Het steegje wordt zo niet langer de achterkant van één woning, maar het centrale en groene ontmoetingspunt van de hele woonomgeving.'
Het concept gaat verder dan alleen slim verdichten. De eengezinskavel wordt omgeturnd tot een meergezinskavel, mee te financieren via een meergeneratiehypotheek. 'Zo breng je kapitaal en zorg van verschillende generaties bij elkaar op één kavel. In Japan bestaat dat al. Wij zijn er alleen nog niet aan gewend, maar de noodzaak groeit.’
Een deel van de concepten is al toegepast in projecten en tenders. Andere zijn nog een ruwe diamant, maar tonen wel waar de stadsontwikkeling naartoe kan. Wil je meer concepten zien? Download het boek Stapelen met Collectieven onderaan deze pagina.
Expositie Nieuwe Habitat
De woonoplossingen uit het boek hebben ook een plek gekregen in zijn expositie Nieuwe Habitat, die al eerder te zien was in Zwolle en Groningen. In juni is de expositie tijdens de landelijke Maand van de Architectuur te zien in DUUX, de gebiedsontwikkeling aan het Maas-Waalkanaal in Nijmegen.
Een bewuste keuze, vertelt verkoopmanager Melanie Willemse: 'Veel van de maatschappelijke opgaven zie je hier terug. DUUX gaat over veel meer dan woningen toevoegen. Het gaat over de vraag hoe mensen straks samenleven in een verdichte stad. Hoe creëer je plekken waar mensen elkaar vanzelf ontmoeten? Hoe organiseer je nabijheid, gedeeld ruimtegebruik en sociale verbinding? Dat zijn precies de thema's die ook binnen Nieuwe Habitat centraal staan.'
De tentoonstelling toont vijf jaar onderzoek: schilderijen en renders die vertrouwde Nederlandse woonvormen herinterpreteren. De eengezinswoning, de galerijflat, de Vinex-wijk. Iconen van hoe Nederland tot nu toe gebouwd heeft, en nu toe aan een tweede leven.
Nieuwe Habitat is te zien in juni bij DUUX, in de Voormalige voetbalkantine van SV Hatert op de Winkelsteegseweg 208 in Nijmegen. Open op woensdag, donderdag en vrijdag van 12.00–13.30 uur. Op 13 en 14 juni, de Dag van de Architectuur, is Jan van Gils zelf aanwezig van 11.00–15.00 uur.

De zwarte kant én de droomwereld
Tegelijk met Nieuwe Habitat presenteert Jan op de Provada (9, 10 en 11 juni) zijn twee nieuwste boeken: Futurisme I en Futurisme II. Een tweeluik, waarvan het eerste deel de geschiedenis belicht en het tweede deel droombeelden van de toekomst beschrijft.
‘Maatschappelijke veranderingen zijn vaak beter te begrijpen vanuit historisch perspectief. Zo zie ik een aantal parallellen tussen nu en het interbellum, die ik verder uitwerk in Futurisme I. Zaken als geldcreatie, arbeidstekort en een gebrek aan perspectief in de politiek. De problemen van de burgers worden niet opgelost.’
Dat leverde toentertijd twee tegengestelde reacties op, aldus Jan. Het dadaïsme zocht de zwaarmoedige, donkere kant van het leven op. Maar er was ook escapisme: mensen die de duisternis ontvluchtten op de dansvloer, in de film, in utopische beelden over hoe de stad er anders uit kon zien. 'Kunststromingen die geen directe oplossing boden, maar wél perspectief. Die fantaseerden over nieuwe systemen, over een andere wereld. Die twee stromingen breng ik bij elkaar.'
Op de Provada: stad van de toekomst
Op de Provada presenteert Jan zijn nieuwe expositie Gaga City. Hij opent met beelden van de film Metropolis, te zien in de videoclip van Radio Gaga van Queen. De beelden zijn in 1927 gemaakt en schetsen een dystopisch toekomstbeeld voor 2026. 'Eerst de duisternis, het ongemak, de zwartgalligheid. Om dat vervolgens op te volgen door de andere kant: perspectief, optimisme, balans. Een droomwereld hoe het ook kan.'

Die droomwereld wordt op de Provada getoond met een maquette van 2 bij 3 meter, die Jan zelf bouwde. Er zit zelfs een discobal in. 'Ik dans zelf het liefst op discomuziek,' zegt Jan. 'Het idee dat je op een dansvloer staat met alle mensen om je heen, die gemeenschappelijke vibe, ik vind dat heerlijk. Maar de discobal staat ook symbool voor iets groters: de dansvloer als vlucht van de werkelijkheid, die een nieuw perspectief opent. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog dansten mensen het er allemaal uit. Ze ontvluchtten de duisternis om ruimte te maken voor droomwerelden.’
Zijn kernboodschap is helder: 'Alles zit muurvast. We moeten meer ruimte en lucht hebben. Alleen door te durven dromen en fantaseren, staan we open voor een nieuwe habitat.’